ALLE artikelen

Voorbereiding

Intochtslied :  Ps. 81:1,4,8

Bemoediging en groet                

Drempelgebed                           

Lied:  Van Harte pag. 86 (mel. Ps. 130)

Wij zijn de drempelmensen,
de zoekers naar nieuw land.
Wij gaan voorbij aan grenzen
van vroeger zinsverband.
Gewekt door hoge dromen
van ’t Messiaanse rijk
zien wij de toekomst komen:
Gods eigen koninkrijk.



Wij mogen bruggen bouwen
naar wat hier straks mag zijn:
een wereld vol vertrouwen,
een mensheid zonder pijn.
Een aarde, waar de vrede
volwassen worden mag.
Een toekomst én een heden:
de Messiaanse dag.

Kyrië en Gloria

  kyriëgebeden, afgewisseld met Lied 281:1-3-4-5

  lofzegging

  glorialied:  Zingenderwijs 53 (mel. GotZ 133II)

Geef ons dat wij durven leven
dat er toekomst kan bestaan.
Dat wij dromen verder geven,
dat er wegen opengaan
dwars door grenzen en patronen
boven feiten en verstand,
boven al het doodgewone
uit naar een nieuw toekomstland.

Niet met macht en stalen vuisten,
niet met rijkdom, brute kracht,
niet met pracht en holle luister
wordt een volk tot heil gebracht.
Wie de mens wil laten leven
zonder honger, angst en pijn,
zal zijn macht en pracht opgeven
en zal één der hunnen zijn.

Al wie sterk is zal zijn krachten
lenen aan de zwakkeling.
Al wie slim is zal gedachten
schenken aan een nieuw begin,
en elk voetstuk zal verdwijnen,
zal gaan dienen als een tree
voor de armen en de kleinen
want zij tellen voortaan mee.

Wegwijzing                      

- het Woord

Lied:  Lied 333 (2x)

Lezing : 1 Kor. 3:16-23

Lied:  Rakelings Nabij pag.16 (mel. Lied 321)

Woord, dat zich richt op mijn hart,
stem, die mij aanspreekt tot leven,
klank, zo vertrouwd, maar zo nieuw —
open mij Gods perspectief.

Verten, zo breed en zo diep,
weg, om zich langs te begeven,
licht, dat de ogen ontsluit —
leer mij uw waarheid te zien.

Naam, die ik fluisterend noem,
raadsel, met mij zo verweven,
God van zo ver ons nabij —
spreek tot het hier en het nu.

Adem, die oplucht en draagt,
geest, die bezielt en doet leven,
kracht, die in zwakheid gelooft —
wees onder ons, vuur ons aan.

Prediking

Lied :  Zingenderwijs 170 (mel. Ps. 119)

Wij zijn geen mensen van het sterke woord,
een kwetsbaar klein verhaal vertelt ons leven.
Maar speurend hebben wij een stem gehoord.
Zij heeft ons vruchtbaar aan elkaar gegeven:
‘Jouw weg met mij zet zich ook morgen voort,
als in mijn hand jouw naam staat opgeschreven.’

De Geest ten leven leidt ons op die weg.
Voor onze voet zal Zij een licht ontsteken.
Ons leven komt voorgoed bij God terecht,
als wij ons brood met anderen willen breken:
‘Zij heeft mijn leven in jouw hand gelegd.
Wij zijn op weg, elkaar tot heilzaam teken.’

De Geest van hem die als een tarwegraan
zijn leven gaf om reddend vrucht te dragen,
is God die adem schept in ons bestaan
en ons nabij is waar wij tastend vragen.
Hij zal met ons de weg ten einde gaan:
Een God als mens al onze levensdagen.

- Gebeden en gaven

Geloofsbelijdenis

Gebeden

Gaven

Slotlied :  Van Harte pag.36 (mel. Lied 314)

Mensen van het vuur zijn wij
door de vlam die eens ontstoken,
hartgericht, verblijdend vrij,
oude grenzen heeft doorbroken.
Gids van nieuwe vergezichten,
leer ons op uw Geest te richten.

Mensen van het vuur zijn wij,
van het God bezielde leven,
om de wereld, wijd en zijd
recht en richting te hergeven.
Geest van vuur wil door ons branden,
wees in stad en land voorhanden.

Mensen van het vuur zijn wij,
aangestoken om te dromen
met de mensen van voorbij,
dat Gods toekomst ooit zal komen.
Geest van God, vlam in dit leven,
blijf met ons bestaan verweven.

Zegen