Protestantse Gemeente Sleen

DORPSKERK



Image

Door onderzoek is gebleken dat gedurende het Laatglaciaal, dat is plm.10.000 jaar geleden, hier rendierjagers hebben vertoefd. Het klimaat stond duidelijk onder invloed van de ijskap bij de Weichsel. Ons gebied was toen een toendralandschap.
In droge perioden kon het bij zware stormen behoorlijk stuiven, zodat veel zand werd verplaatst. Dit was de tijd van het ontstaan van de dekzanden en dekzandruggen. Zij vormden in verschillende delen van Drenthe een lichte golving van het terrein. In dit landschap hebben zomers hier rendierjagers vertoefd, die nog tot het Paleolithicum (de oude steentijd) gerekend moeten worden. Zij trokken met de kudden rendieren mee, wanneer die in de drie warmste maanden naar deze streken kwamen. Tot en met het Mesolithicum bleef de mens jager en voedselverzamelaar, aan landbouw en veeteelt werd nog niet gedaan. Door klimaatverandering was er een landschap ontstaan met hoger struikgewas en bossen.

hunnebedIn het Neolithicum werd begonnen met een primitieve vorm van landbouw. De eerste landbouwers kwamen hier plm. 2700 v. Chr. De Trechterbeker mensen- de naam werd ontleend aan de vorm die zij aan hun aardewerk gaven- bouwden o.a. in Drenthe de hunebedden. We noemen hen dan ook wel de Hunebedbouwers. Lange tijd bleven de hunebedden plaatsen van offer en aanbidding. In de vroege Christentijd bleven de pasbekeerde mensen nog graag in de buurt van deze heilige plaatsen wonen. De eerste zendelingen hebben de hunebedden tot woningen van Beëlzebub verklaard, waar de duivel huisde.
Later, toen de Kerk veel heidens gebruik kerstende en kapellen bouwde op de oude offerplaatsen, verrezen er kerkjes dicht bij de hunebedden. Maar de duivel moest er buiten blijven. Men legde dan een rooster voor het kerkportaal. Daar kon de duivel met zijn bokkenpoten niet overheen.
Het duurde ongeveer tot de 7de eeuw, voordat het Christendom in deze streken werd verkondigd. Dat ging niet zo gemakkelijk en het was ook gevaarlijk. De mensen die hier al lang woonden en van geslacht op geslacht hun goden hadden aanbeden, konden daar zo maar niet van afstappen!
Paus Gregorius beval in 661 dat men het oude geloof van de mensen zoveel mogelijk moest ontzien. De grote stenen, waarop offers werden gebracht, konden worden voorzien van het kruisteken. Voor de ingang van de kerk in Zweeloo ligt zo'n offersteen, die bij de restauratie van de kerk onder de vloer werd gevonden. Waarschijnlijk is de kerk te Sleen ook op zo'n heilige plaats gebouwd. Vlak bij de kerk zou waarschijnlijk ook een hunebed hebben gestaan. Bij graafwerkzaamheden stootte men op enorme grote zwerfkeien.

De heidense bewoners van deze streek zullen diverse goden hebben aanbeden, en gediend, zoals Donar, Wodan, Tius, Freya en Thor. Later in de Middeleeuwen is Drenthe gesplitst in zes rechtsdistricten: de dingspillen. De dingspillen waren Oostermoer, Zuidenveld, Rolderdingspil, Beilerdingspil, Dieverderdingspil en Noordenveld; zij hadden ook bestuurlijke bevoegdheid. De heidense erediensten werden door een priester geleid en zij werden gehouden in de heilige bossen. Ook werden in die tijd rechtspraken in de open lucht gehouden.