Protestantse Gemeente Sleen

Rembrandt van Rijn schilderde Jezus vaak. Op dit schilderij is het gezicht van de Heer menselijk en kwetsbaar vragend. Maar doordat Rembrandt zo mooi speelt met licht en donker,  wordt zijn gezicht ook stralend mysterieus:   Deze mens is de Messias, de zoon van God.

In plaats van gelijkenissen over Gods koninkrijk heeft de evangelist Johannes dialogen en monologen waarin Jezus zijn unieke band met God toont.  De wonderen, die Jezus verricht, zijn tekenen die laten zien dat Hij ‘Zoon van God’ is, Dat is het mensenkind zoals God bedoelde bij de schepping.  Door zijn woorden en  tekenen, ook wel ‘zijn werken’ genoemd, wordt zijn menselijke én goddelijke heerlijkheid zichtbaar en tastbaar.

In de Paastijd van 2026  lezen we de boodschap van Johannes. Mensen die met Jezus in aanraking komen, ontmoeten God zelf, ervaren Gods licht, liefde en leven.

Daarnaast lezen we gedeelten uit de Petrusbrieven. Petrus maakt de opstanding actueel. Hij geeft aanwijzingen hoe als Paasmens te leven.

Heb je Hem gezien?

Heb je Hem gezien in die bange ogen van een kind?
Heb je Hem gezien in die vrouw die moedig
afscheid nam van haar zoon?
Heb je Hem gezien in die zieke die de pijn verbeet?
Heb je Hem gezien in die eenzame vreemdeling
die niet durfde kloppen aan jouw deur?
Wees niet bevreesd als je het even was vergeten……
Hij staat alweer klaar
om met jou, met mij, met ons op weg te gaan…

Wij komen binnen in Gods huis

Lied van de week: 351 In U zijn wij begrepen

1 In U zijn wij begrepen in u zijn wij gedoopt.

Uw dood werd ons ten teken, uw leven onze hoop.

Nu weten wij voorgoed: gij zult ons nooit begeven,

uw lichaam is ons leven, uw offer is ons bloed.

Welkom

De lichten worden ontstoken

Muziek tot eer van God

We gaan staan

Bemoediging en drempelgebed

V:        Onze Hulp is in de Naam van de die Heer,

die hemel en aarde gemaakt heeft.

Opgestane, U vraagt: Heb je mij lief?

Wij bidden: Help ons U lief te hebben

ALLEN: HELP ONS VAN ELKAAR TE HOUDEN. AMEN          

Openingslied: 213: 1, 2, 3 Morgenglans der eeuwigheid

Morgenglans der eeuwigheid,

licht aan ’t eeuwig Licht onttogen,

stel ons deze ochtendtijd

uwe heerlijkheid voor ogen,

en verdrijf door uwe macht

onze nacht!

Laat als milde morgendauw
uw genade tot ons komen
en de dorstige landouw
van ons leven overstromen,
ja, verkwik ons door uw troost
onverpoosd.

Laat uw heil'ge liefdegloed
onze koude werken doden
en versterk in ons de moed
om, de eeuw'ge nacht ontvloden,
voordat wij ten ondergaan,
op te staan.

                                                                                              We gaan zitten

Kyriegebed

Glorialied 146c: 7, Roem dan gij mensen en lofzing tezamen

Roem dan, gij mensen, en lofzingt tezamen Hem die zo grote dingen doet. Alles wat adem heeft roepe nu Amen, zingen nu blijde: God is goed!

Love dan ieder die hem vreest Vader en Zoon en Heil’ge Geest!

Halleluja, halleluja!

Gebed van de zondag

Tijd voor de kinderen

Verhaal van Mirjam en Micha

Zingen: Het lied van Mirjam en Micha

                        We lezen en zingen de brieflezing

Lezen 1 Petrus 3: 8-9

 8Tot slot, wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. 9Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.

Zingen (citaat uit 1 Petrus 3: 10-12): Psalm 34: 5, 7

Komt kindren, hoort mij aan.
Wie vindt een leven lang en goed ?
Hij die Gods wil met vreugde doet
en in zijn dienst wil staan.
Weerhoud uw tong van kwaad
zodat gij niemand schade doet.
Wijk van het kwade en doe goed,
sticht vrede metterdaad.

Wie God roept hoort Hij aan
en Hij verlost wie is benard.
Hij zal gebrokenen van hart
in gunst terzijde staan.
Wie 's Heeren recht betracht
vindt in de wereld droefenis,
maar God, die zijn verlosser is,
blijft op zijn heil bedacht.

Lezen 1 Petrus 3: 13-18

13Overigens, wie zou u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede? 14Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend uitlaten over uw goede levenswandel in eenheid met Christus, zich over hun laster schamen. 17Het is beter te lijden – indien God dat wil – omdat men goeddoet dan omdat men kwaad doet.

18Ook Christus immers heeft, terwijl Hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd Hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt.

Zingen lied 351, In U zijn wij begrepen (naar 1 Petrus 3: 19- 21)

1 In U zijn wij begrepen in u zijn wij gedoopt.

Uw dood werd ons ten teken, uw leven onze hoop.

Nu weten wij voorgoed: gij zult ons nooit begeven,

uw lichaam is ons leven, uw offer is ons bloed.

2 Wij zijn in u begraven wij staan met u rechtop

Wij zijn niet langer slaven,  maar kinderen van God.
Een wereld zijn wij oud, maar nieuw als deze morgen,
geborgen ongeborgen,  verloren tot behoud.

3 Die dood van één voor allen werd vruchtbaar in de tijd,

het zaaizaad is gevallen, het loopt op oogsten uit.

De zondvloed is voorbij, ziedaar de nieuwe oever,

een duif koert in het lover, dit is de overzij

Evangelielezing Johannes  16:16-24

Nog een korte tijd en jullie zien Mij niet meer, maar kort daarna zien jullie Me terug.’

17Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat Hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien Mij niet meer, maar kort daarna zien jullie Me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? 18Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt Hij toch?’ 19Jezus begreep dat ze Hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat Ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien Mij niet meer, maar kort daarna zien jullie Me terug”? 20Werkelijk, Ik verzeker jullie, je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. 21Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. 22Jullie hebben nu verdriet, maar Ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal jullie je vreugde afnemen. 23Dan hoeven jullie Mij niets meer te vragen. Werkelijk, Ik verzeker jullie, wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – Hij zal het je geven. 24Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volkomen zijn.

Zingen: lied 370 Vader die woont in hemels licht

1 Vader, die woont in hemels licht,                

uw rijk geeft liefde een gezicht

uw naam is waard de hoogste eer!

Wij bidden om een ommekeer:

wek doden op, maak armen rijk,

laat komen, Heer, uw koninkrijk.

2 Uw wil geschiede, goede God,

laat ons niet over aan ons lot,

bewaar de aarde voor de dood

en geef van dag tot dag ons brood.

Vergeef als wij: laat uw geduld

steeds groter zijn dan onze schuld.

3 Leid ons niet in verzoeking, Heer,

verlos ons, maak ons meer en meer

tot mensen aan uw beeld gelijk –

want U behoort het koninkrijk,

de kracht, de hoogste heerlijkheid

nu en in alle eeuwigheid.

Preek

Zingen: lied 981: 1,2,4,5 Zolang er mensen zijn op aarde

Zolang er mensen zijn op aarde

zolang de aarde vruchten geeft,

zolang zijt Gij ons aller Vader,

wij danken U voor al wat leeft.

Zolang de mensen woorden spreken,

zolang wij voor elkaar bestaan,

zolang zult Gij ons niet ontbreken,

wij danken U in Jezus’ naam.

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven,

Gij redt de wereld van de dood.

Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven,

zijn lichaam is het levend brood.

Daarom moet alles U aanbidden,

uw liefde heeft het voortgebracht,

Vader, Gijzelf zijt in ons midden,

o Heer, wij zijn van uw geslacht.

Gebeden, stil gebed,  Onze Vader

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit in eeuwigheid.  Amen

We gaan staan.

Wij zingen slotlied  657: Zolang wij ademhalen

Zolang wij ademhalen
Schept Gij in ons de kracht
Om zingend te vertalen
Waartoe wij zijn gedacht
Elkaar zijn wij gegeven
Tot kleur en samenklank
De lofzang om het leven
Geeft stem aan onze dank

Het donker kan verbleken
Door psalmen in de nacht
De muren kunnen vallen
Zing dan uit alle macht
God laat het nooit ontbreken
Aan hemelhoog gezang
Waarvan de wijs ons tekent
Dit lieve leven lang

Ons lied wordt steeds gedragen
Door vleugels van de hoop
Het stijgt de angst te boven
Om leven dat verloopt
Het zingt van vergezichten
Het ademt van uw Geest
In ons gezang mag lichten
Het komend bruiloftsfeest

                                               Tijdens het zingen komen de kinderen binnen

Zegen

V:  gesproken zegen

Gemeente zingt: Amen,amen

 

Collectes bij de uitgang: ds G Bakkerfonds, Kerk

Medewerkers aan deze dienst:

Ambtsdragers: Henny Habing, Eddy Heeling, Greet de Vries, Ellen Sonneveld

Organist: Martin de Ruiter

Beamer: Be Hazelaar

Camera: Wim vd Kloet

Kosters: Hammy en Jannie Oldengarm

Kindernevendienst: Grietje Mulder