Orde van dienst
zondag 12 juli 2026
Zomer 2026
12 juli
Protestantse gemeente Sleen
We vieren de maaltijd van de Heer
WE KOMEN BINNEN IN GODS HUIS
Zingen: lied van de week 625: 1 Groen ontluikt de aarde
|
Welkom en mededelingen Aansteken van de kaarsen Muziek tot eer van God |
|||
|
We gaan staan |
|||
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze hulp is in de naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
G: Die trouw blijft tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van zijn handen.
V: Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van onze Heer Jezus Christus.
G: Amen.
Openingslied 213: 1, 2,3 Morgenglans der eeuwigheid
Morgenglans der eeuwigheid, licht aan ’t eeuwig Licht onttogen,
stel ons deze ochtendtijd uwe heerlijkheid voor ogen,
en verdrijf door uwe macht, onze nacht!
Laat uw milde morgendauw als genade tot ons komen
en de dorstige landouw van ons leven overstromen,
ja, verkwik ons door uw troost onverpoosd.
Laat uw heil'ge liefdegloed onze koude werken doden
en versterk in ons de moed om, de eeuw'ge nacht ontvloden,
voordat wij ten ondergaan, op te staan.
we gaan zitten
Kyriegebed
Glorialied: 705: 1 Ere zij aan God de Vader
Ere zij aan God, de Vader ere zij aan God, de Zoon
eer de Heilge Geest, de Trooster de Drieeenge in zijn troon
Halleluja, halleluja de Drie-eenge in zijn troon
Gebed van de zondag
Met de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Lied van Mirjam en Micha
Lezing : Mat 13: 1-9 en 18-23
Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. 2 Er kwam een grote mensenmassa om Hem heen staan, en daarom ging Hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. 3 Hij sprak in allerlei gelijkenissen tot hen: ‘Een zaaier ging eropuit om te zaaien. 4 Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 5 Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen; 6 en toen de zon opkwam verschroeide het, en doordat het geen wortel had droogde het uit. 7 Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het. 8 Maar er viel ook zaad in goede grond, en dat droeg vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. 9 Laat wie oren heeft goed luisteren!’
Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19 Bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is om te roven wat in hun hart is gezaaid; dit is het zaad dat op de weg gezaaid is. 20 Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde aannemen. 21 Maar doordat het geen wortel schiet in hen, is dat van korte duur. Worden ze vanwege het woord verdrukt of vervolgd, dan komen ze meteen ten val. 22 Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. 23 Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij zijn het die vrucht dragen, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’
Zingen lied 765 Gij hebt met uw brede gebaren
In wisselzang: 1, 6: Allen.
3,5: wie, vanaf het orgel gezien, links zit,
|
4,6: wie, vanaf het orgel gezien, rechts zit 1.Gij hebt met uw brede gebaren de mensen gestrooid uit uw hand en in de seizoenen der jaren volmaakt Gij de oogst op uw land. 2.In deze onstuimige lente, waarin heel de wereld bestaat, verwekt Gij de elementen en wie scheidt het goed van het kwaad? 3.En wie zal het zaad onderscheiden, het zij tot verval of tot eer? Uw regen geeft regen aan beide, uw zon ziet op beide terneer. 4.Heer, zijn wij het zaad van uw akker, Gij doet ons ontkiemen tot graan. Wij sliepen en Gij roept ons wakker, Gij doet ons uit aarde ontstaan. 5.Wij groeien de aarde te boven, wij rijpen in weer en in wind, totdat Gij in garven en schoven de mensen tezamen bindt. 6.En als Gij ons brengt in uw schuren ten tijde der eeuwigheid, o laat ons het dorsen verduren waarmee Gij het graan onderscheid |
Preek
Zingen lied 625: groen ontluikt de aarde
Onder steen bedolven lijkt de liefde Gods
rest haar niets dan rusten in de harde rots?
Diep in het graf is Hij de weg gegaan
van het zaad dat stervend nieuw ontkiemt tot graan
3 Zaad van God, verloren in de harde steen
en ons hart, in doornen vruchteloos alleen –
heen is de nacht, de derde dag breekt aan.
Liefde staat te wuiven als het groene graan.
Dank- en voorbeden
De Maaltijd van de Heer
We gaan staan
Geloofsbelijdenis zingen: lied 344 wij geloven
Wij geloven één voor één, en ook samen:
de Heer is God en anders geen, Amen, amen.
Wij geloven in de naam Jezus Christus,
gestorven en weer opgestaan, Halleluja!
Wij geloven dat de Geest ook nog heden
de wereld en onszelf geneest. Vrede, vrede.
We gaan zitten
Tafelgebed
Voorganger: …….
We zingen: Goedheid is sterker dan slechtheid
(V zingt het een keer voor, daarna zingen we allen)
V: ……….
Zingen: lied 1006, Onze Vader in de hemel
Onze Vader in de hemel U staat zorgzaam om ons heen
Geef dat alle mensen weten zoals U is er maar een.
Doe ons telkens weer geloven in een wereld zonder pijn
In uw rijk dat eens zal komen en dat soms te zien zal zijn
Help ons samen goed te leven en te doen wat u graag wilt
Geef ons elke dag te eten tot de honger is gestild
en vergeef ons wat we fout doen net als wij niet blijven staan
bij de fouten van een ander maar weer samen verder gaan
Help ons om te zien wat goed is en wat slecht is, boos of naar
Geef dat wij het juiste kiezen dat we goed zijn voor elkaar
Onze Vader, wij geloven dat u onze wereld leidt
Met uw licht helpt u ons verder Hier en nu en straks. Altijd
Amen amen
Vergeving en verzoening
Vredegroet
V:……
We zingen elkaar toe:
Vrede voor jou hierheen gekomen,
zoekend met ons om mens te zijn.
Jij maar alleen, jij met je vrienden,
jij met je last, verborgen pijn.
Vrede, genade, God om je heen,
vergeving, nieuwe moed
voor jou en iedereen.
Welkom aan de maaltijd van de Heer
We delen brood en wijn of druivensap
we gaan staan
Slotlied: 704, Dank, dank nu allen God
Dank, dank nu allen God, met hart en mond en handen.
Die grote dingen doet, hier en in alle landen.
Die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot,
Zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.
Lof, eer en prijs zij God, die troont in 't licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest, moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk, het heden zingt Zijn eer,
de toekomst is Zijn rijk.
Zegen
Organiste: Ettie Ottens
Ambtsdragers: Tonny Warners, Linda van Veen, Gerard Weitkamp, Luuk Hordijk, Ellen Sonneveld
Beamer/camera: Be Hazelaar/Wim vd Kloet
Koster: Jans Weuring, Jenny Wilting
