Orde van dienst
zondag 22 februari 2026
De Geest waaiert breed uit
Protestantse gemeente Sleen
40-dagentijd 2026
Zondag 22 februari
40 dagen leven naar Pasen toe
In deze Veertigdagentijd willen we openstaan voor de werking van de Gods Geest in ons leven. De Geest zoekt en vindt steeds nieuwe wegen, op alle tijden en plaatsen, in uiteenlopende culturen, met een ongekende variëteit aan vormen. Ook vandaag inspireert de Geest mensen om op weg te gaan met het evangelie, ook wanneer we het spoor bijster zijn.
De diversiteit in onze samenleving is groot. De kerk krimpt. We geloven dat de Geest de kerk brengt waar mensen zijn, midden in het leven. Tot onze verbazing zien we soms op de meest onverwachte plekken iets van Gods koninkrijk: aan de keukentafel, in de straat waar we wonen, de plek waar we werken, het schoolplein, het sportveld, het ziekenhuis en op podia. De heilige Geest waaiert breed uit, binnen en buiten de kerk. Willen we ons laten verrassen in deze tijd van inkeer? Kunnen we onze ogen en oren openhouden om de tekens van de Geest te verstaan?
Woorden bij de liturgische schikkingen in de 40 dagentijd
1e zondag van de 40-dagen:
Zand, eindeloze vlakte,
onbekende verleidingen,
het blauwe duifkruid als teken van de geest
helpt onze weg te vinden.
2e zondag van de 40-dagen:
Drie bloemen, symbool voor drie vrienden
die zorgen, meedragen met de vriend
op diens onbekende weg,
in vertrouwen groeien.
3e zondag van de 40-dagen:
Water, levensbron,
de iris, een teken voor de drie-eenheid,
hemelsblauw, goddelijk geel en zuiver wit.
De iris kleurt onze ogen waardoor we kunnen zien
naar de ander.
Biddag:
De echte schatten zijn verborgen
in zaden, vol kiemkracht
gezaaid in vruchtbare grond,
groei voor de toekomst.
4e zondag van de 40-dagen:
In de stille winter groeien de knoppen
die even later openbarsten,
witte tere bloemen als het eerste licht,
het zien van de lente.
5e zondag van de 40-dagen:
Bloemen als tranen
huilen om het missen van een geliefde,
geurende bloemen en rode takken
herinneren aan het samengeleefde leven.
6e zondag van de 40-dagen:
Palmtakken wuiven het hosanna,
vreugde om een nieuw begin
vol vertrouwen in de toekomst.
We komen binnen in Gods huis
Zingen: Lied van de week: 540: 1,2,3,4
1 Het waren tien geboden die God schreef in de steen,
het waren tien geboden, voor elke vinger één.
2 De wind blaast in vier streken, wie weet waar hij behoort,
de wind blaast in vier streken die tien geboden voort
3 en vier maal tien is veertig, de tijdperk van de Geest,
en al die tijd is Mozes met God alleen geweest.
4 Maar Mozes is gestorven op weg naar Kanaän
en Israël heeft gezworven vier maal tien jaren lang.
Welkom, de lichten worden ontstoken
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze hulp is in de naam van de HEER,
die hemel een aarde gemaakt heeft.
Aangespoord door woorden van liefde
volgen wij Jezus op zijn weg.
Heer, Gij, die uw Geest van genade laat waaien
lager dan de luchten, zo wijd als de wereld,
G: MAAK ONS BEREID TE GAAN WAAR HIJ GAAT. AMEN
Zingen: lied 91: 1 en 7
Heil hem wien God een plaats bereidt
in zijn verheven woning:
hij overnacht in veiligheid
bij een almachtig koning.
Ik zeg tot God: Gij zijt mijn schild,
mijn toevlucht en mijn veste,
op U vertrouw ik, Heer, Gij wilt
voor mij altijd het beste.
Omdat hij Mij zijn hart toewendt,
spreekt God, zal Ik hem leiden;
omdat hij Mij bij name kent,
hem dekken en bevrijden.
Roept hij Mij aan, dan antwoord Ik,
is hij in angst en vreze,
dan kom Ik nog dat ogenblik
om hem nabij te wezen.
We gaan zitten
Kyriegebed
Zingen: lied 299d, Heer ontferm u over ons
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Zingen: Het lied van Mirjam en Micha
Lezen: Gen 2: 15-3: 9
De HEER God bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. 16 Hij legde hem het volgende verbod op: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, 17 maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’
18 De HEER God zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een
helper voor hem maken die bij hem past.’ 19 Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. 20 De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. 21 Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van zijn ribben weg, en Hij sloot het lichaam weer op die plaats. 22 Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde de HEER God een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. 23 Toen riep de mens uit: ‘Dit is ze!
Mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees en bloed.
Vrouw wordt zij genoemd,
genomen uit een man.’
24 Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn.
25 Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.
Van alle in het wild levende dieren die de HEER God gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Heeft God werkelijk gezegd dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2 ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3 ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 4 ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5 ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, en dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
6 De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. 7 Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
8 Toen de mens en zijn vrouw de HEER God in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen. 9 Maar de HEER God riep de mens: ‘Waar ben je?’
Zingen: lied 860: 1,2,3 Gij die ons hebt geschapen uit adem, aarde woord
(Voorganger: coupletten, gemeente: herhaling refrein)
V:1 Gij die ons hebt geschapen
uit aarde, adem, woord,
die ons hebt uitgeroepen, beginakkoord.
refrein
Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
G: Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
V: 2 De schaduw, de verblinding,
de koorts, de open wond:
verzoen me en verbind mij,
spreek mij gezond.
Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
G: Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
V: 3 Geef wie is uitgestoten,
geborgenheid ontbeert
een huis, een naam en warmte
en alle eer.
Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
G: Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
4 Het huis dat wij bewonen,
ons lichaam in de tijd:
geef vrede alle dagen,
ook in de strijd.
refrein
Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
G: Maak heel wat is gebroken,
herstel in ons uw leven,
uw levenskracht.
Lezing: Mat 4: 1-11
1 Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. 2 Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger. 3 Toen kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die stenen dan in broden te veranderen.’ 4 Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ 5 Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op het hoogste punt van de tempel 6 en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 7 Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 8 De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht 9 en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt.’ 10 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ 11 Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen.
Zingen: lied 540: 5 ,6, 7, 8, 9,10
5 Elia heeft gelopen tot hij bij Horeb kwam,
Elia heeft gelopen vier maal tien dagen lang
6 en Mozes en Elia zijn op de berg geweest,
waar boven in de hemel de Geest genesteld is,
7 maar Jezus is beneden, een lange vastentijd,
maar Jezus is beneden verzocht in de woestijn,
8 en hier heeft Hij geleden de wijsheid van de slang
en hier heeft Hij gestreden vier maal tien dagen lang
9 en Hij heeft overwonnen, haast zal het Pasen zijn,
dan springen nieuwe bronnen omhoog in de woestijn.
10 Dan zullen wij U loven vier maal tien dagen lang,
dan zullen wij U loven ons hart in vuur en vlam.
Preek
Zingen: lied 538, Een mens te zijn op aarde: 4
Een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden die naar het leven leidt:
de mensen niet verlaten, Gods woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde de duivel wederstaan.
Gebeden, dankgebed en voorbeden
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
We gaan staan
Slotlied 536: Alles wat over ons geschreven is
Alles wat over ons geschreven is
gaat Gij volbrengen in de veertig dagen;
de tien geboden en de veertig slagen,
dit hele leven dat geen leven is.
De schepping die voor ons gesloten was
ontsluit Gij weer, Gij opent onze ogen.
O zoon van David, wees met ons bewogen,
het vuur van bloed en ziel brandde tot as.
Maar, Heer, de haard van uw aanwezigheid
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken;
Gij waart met ons, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij hogepriester in der eeuwigheid.
Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan.
Aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven.
Ons is een loflied in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van ’t offer zijt gegaan.
De kinderen komen terug en leggen een voorwerp op de kijktafel:
In de komende tijd gaan we elke week wat meer over Jezus leren en wat Pasen betekent. Vandaag: as als vruchtbare grond.
Zegen
Gemeente:
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor
-Kerk in Actie
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor:
-KIA
-Kerk
Medewerkers aan deze dienst:
Ambtsdragers: Jakob Pol, Carolien Haan, Greet de Vries, Ellen Sonneveld
Kindernevendienst: Grietje Mulder
Organist: Martin de Ruiter
Beamer: Jacob Pol
Camera: Henk Kwast
Kosters: Jan en Aukje Ziengs
