Orde van dienst
zondag 26 april 2026
Zondag 26 april 2026
Afbeelding op de voorkant en het evangelie naar Johannes.
Rembrandt van Rijn schilderde Jezus vaak. Op dit schilderij is het gezicht van de Heer menselijk en kwetsbaar vragend. Maar doordat Rembrandt zo mooi speelt met licht en donker, wordt zijn gezicht ook stralend mysterieus: Deze mens is de Messias, de zoon van God.
In plaats van gelijkenissen over Gods koninkrijk heeft de evangelist Johannes dialogen en monologen waarin Jezus zijn unieke band met God toont. En de wonderen, die Jezus verricht, zijn tekenen die laten zien dat Hij ‘Zoon van God’ is, Dat is het mensenkind zoals God bedoelde bij de schepping. Door zijn woorden en tekenen, ook wel ‘zijn werken’ genoemd, wordt zijn menselijke én goddelijke heerlijkheid zichtbaar en tastbaar.
In de Paastijd van 2026 lezen we de boodschap van Johannes. Mensen die met Jezus in aanraking komen, ontmoeten God zelf, ervaren Gods licht, liefde en leven.
Daarnaast lezen we gedeelten uit de Petrusbrieven. Petrus maakt de opstanding actueel. Hij geeft aanwijzingen hoe als Paasmens te leven.
Heb je Hem gezien?
Heb je Hem gezien in die bange ogen van een kind?
Heb je Hem gezien in die vrouw die moedig
afscheid nam van haar zoon?
Heb je Hem gezien in die zieke die de pijn verbeet?
Heb je Hem gezien in die eenzame vreemdeling
die niet durfde kloppen aan jouw deur?
Wees niet bevreesd als je het even was vergeten……
Hij staat alweer klaar
om met jou, met mij, met ons op weg te gaan…
Wij komen binnen in Gods huis
Welkom
De lichten worden ontstoken
Lied van de week: 181 Een heel klein zaadje: 1,2,3
Een heel klein zaadje waait weg op de wind.
Het ligt verloren op de straat en niemand die het vindt.
Zo'n heel klein zaadje dat vang je in je hand
Je dekt het met aarde toe, dan slaapt het in de grond.
Zo'n heel klein zaadje wordt wakker van het licht.
Het groeit de zon te boven, het warmt zijn gezicht.
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze Hulp is in de Naam van de die Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Opgestane, U vraagt: Heb je mij lief?
Wij bidden: Help ons U lief te hebben
ALLEN: HELP ONS VAN ELKAAR TE HOUDEN. AMEN
Openingslied: 216, Dit is een morgen als ooit de eerste
Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.
Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.
Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.
We gaan zitten
Gebed om ontferming
Glorialied lied 653: 1, 6,7 U kennen uit en tot u leven
U kennen, uit en tot U leven,
Verborgene die bij ons zijt,
zolang ons ’t aanzijn is gegeven,
de aarde en de aardse tijd, –
o Christus, die voor ons begin
en einde zijt, der wereld zin!
Gij zijt tot herder ons gegeven,
wij zijn de schapen die Gij weidt;
waar Gij ons leidt is ’t goed te leven,
Heer, die ons voorgaat door de tijd.
Wie bij U blijft en naar U ziet,
verdwaalt in deze wereld niet.
O Christus, ons van God gegeven,
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Zingen: Het lied van Mirjam en Micha
Brieflezing: 1 Petrus 2: 19-25
19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.
Zingen: 23 a D ‘Almachtige is mijn herder en geleide,
op de melodie van lied 766
D'Almachtige is mijn herder en geleide, wat is er dat mij schort?
Hij weidt mij als zijn schaap, in vette weide, waar gras noch groen verdort.
Hij drenkt mijn ziel in koele bronne en beke.
Indien mijn geest verstrooi' en afdwaal' van de kudde en rechte streke,
Hij brengt ze weer te kooi.
Evangelielezing Johannes 10:1-10
Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. 2 Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. 3 Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. 4 Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. 5 Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’
6 Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 7 Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. 8 Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. 9 Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. 10 Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
Zingen: lied 23b: 1,2,5 De Heer is mijn herder
De Heer is mijn Herder! 'k Heb al wat mij lust
Hij zal mij geleiden naar grazige weiden.
Hij voert mij al zachtkens aan waat'ren der rust.
De Heer is mijn Herder! Hij waakt voor mijn ziel.
Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen.
Hij schraagt m' als ik wankel. Hij draagt m' als ik viel.
De Heer is mijn Herder! Hem blijf ik gewijd.
'k Zal immer verkeren in 't huis mijnes Heren.
Zo kroont met haar zegen Zijn liefde m' altijd.
Preek
Zingen: lied 181 Een heel klein zaadje: 1,2,3,6,7
Een heel klein zaadje waait weg op de wind.
Het ligt verloren op de straat en niemand die het vindt.
Zo'n heel klein zaadje dat vang je in je hand
Je dekt het met aarde toe, dan slaapt het in de grond.
Zo'n heel klein zaadje wordt wakker van het licht.
Het groeit de zon te boven, het verwarmt zijn gezicht.
Zo'n heel klein zaadje is Gods Koninkrijk.
Het groeit en wordt voor iedereen een schuilplaats wereldwijd.
Dit kleine zaadje, je vangt het in je hart.
Het wordt van alle liefde groot, het groeit, als je volhardt.
Gebeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit in eeuwigheid. Amen
De 10 woorden
Voor we de wereld in gaan, spreken we, ter aansporing, de 10 woorden uit:
V: Met Uw woord in ons hart
en onze handen vaardig tot Uw werk
spreken wij uit, o Heer, voor U en onze naaste:
ALLEN: DAT WIJ Ú ZULLEN DIENEN EN NIÉMAND ANDERS
V: dat wij Uw beeld en gelijkenis herkennen zullen
in de gestalte van Jezus Christus,
dienstknecht van de minsten der mensen,
dat wij Uw Naam zullen heiligen,
dat wij Uw toékomende dag zullen vieren,
dat wij onze ouders zullen eerbiedigen,
dat wij het leven hoog houden,
dat wij elkaar trouw zullen zijn,
dat wij ons niets van elkaar zullen toe-eigenen,
dat wij elkaar met waarheid zullen ontmoeten,
dat wij elkaar het goede van het leven gunnen,
ALLEN: ZO HEBBEN WIJ GEHOORD, ZO ZULLEN WIJ DOEN,
V: Gezegend zijt Gij. Amen
We gaan staan.
Zingen: slotlied 425 Vervuld van uw zegen
Vervuld van uw zegen gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis waar uw stem wordt gehoord,
in Christus verbonden, tezamen gezonden
op weg in een wereld die wacht op uw woord.
Om daar in genade uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal,
door liefde gedreven, om wie met ons leven
uw zegen te brengen die vrucht dragen zal.
Tijdens het zingen komen de kinderen binnen
Zegen
V: gesproken zegen
Gemeente zingt: Amen., amen
Collectes bij de uitgang: ds G Bakkerfonds, Kerk
Het ‘herderstasje’is zeer goed voor bijen en vlinders. Voor mensen is het een bloedstelpend kruid.
Medewerkers aan deze dienst:
Ambtsdragers: Carolien Haan, Jacob Pol, Jenny Nieuwenhuizen, Ellen Sonneveld
Organist: Ettie Ottens
Beamer: Jacob Pol, camera: Marcha Neijmeijer
Kosters: Henk en Ali Katerberg
Kindernevendienst: Bertine
