Orde van dienst
zondag 30 november 2025: 1e Advent
WE KOMEN BINNEN IN GODS HUIS
Advent
Uit uw verborgenheid voorbij aan onze grenzen,
straalt lichte eeuwigheid als daglicht voor de mensen.
Uw wijde hemel welft zich rond over de aarde.
Gij zult op vaste grond ons voor het donker sparen.
Sytze de Vries (LB 500, 1)
Zingen lied van de week: (lied 445) De nacht is haast ten einde
(Cantorij: 1,2, gemeente: 3,4)
De nacht is haast ten einde, de morgen niet meer ver.
Bezing nu met verblijden de held're morgenster.
Wie schreide in het duister begroet zijn klare schijn
als hij met al zijn luister straalt over angst en pijn
Zo is ons God verschenen in onze lange nacht.
Hij die de eng'len dienen die eeuwen is verwacht,
is als een kind gekomen en heeft der wereld schuld
nu zelf op zich genomen en draagt ze met geduld
Hoevele zwarte nachten van bitterheid en pijn
en smartelijk verwachten ons deel nog zullen zijn
op deze donk're aarde, toch staat in stille pracht
de ster van Gods genade aan 't einde van de nacht.
God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis
maar schenkt ons toch een morgen die vol van luister is.
Hij komt ons toch te stade ook in het strengst gericht.
Zijn oordeel is genade, zijn duisternis is licht.
Mededelingen en kaarsen aansteken
Aansteken adventskaarsen
Kind: De eerste kaars mag branden, wij zien een beetje licht.
Het gaat ook voor ons schijnen. Is dat geen mooi gezicht?
Muziek tot eer van God : Op wie wij wachten hoe dan ook
(ZZZ lied 669, 1e keer: cantorij, 2e keer: allen)
Allen: Op wie wij wachten hoe dan ook:
die opricht wie is neergebogen,
die vrijmaakt wie is opgesloten,
een licht voor wie in donker gaan,
die mensen uit het dal zal halen,
Kind van mensen, kind van God.
we gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V. Onze hulp is in de Naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft
Goede God, wij bidden: Kom tot ons,
zend uw licht, uw zachtheid, zend uw kind.
A. KOM TOT ONS. DE WERELD WACHT. AMEN
Zingen: lied 25b Houd mij in leven
Cantorij: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Cantorij: Omdat Gij zijt zoals Gij zijt
zie naar mij om en wees mij genadig
want op U wacht ik een leven lang,
Allen: Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Cantorij: Zijt Gij het Heer, die komen zal
of moeten wij een ander verwachten
Heer mijn God, ik ben zeker van U.
Allen: Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Cantorij: Geeft Gij uw woord aan deze wereld,
Gij zijt mijn lied, de God van mijn vreugde,
naar U gaat mijn verlangen Heer.
Allen: Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
Houd mij in leven, wees Gij mijn redding
steeds weer zoeken mijn ogen naar U.
We gaan zitten
Kyriegebed
Groet
v. De Heer zij met u.
g. Ook met u zij de Heer.
Gebed van de zondag
Verhaal voor de kinderen
Zingen: Lied van Mirjam en Micha
Lezen: Jesaja 2:1-5
1 Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
2 Eens komt de dag
dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan,
verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen.
Alle volken zullen daar samenstromen,
3 machtige naties zullen zeggen:
‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,
en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht,
vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.
4 Hij zal rechtspreken tussen de volken,
over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal nog de wapens leren hanteren.
5 Nakomelingen van Jakob, kom mee,
laten wij leven in het licht van de HEER.
Zingen: lied 1016 Kom, laat ons opgaan naar de berg
Cantorij: coupletten, Allen: refrein
Cantorij: Kom, laat ons opgaan naar de berg
waar God de vrede leert:
een ploegschaar maak je van je zwaard,
een snoeimes van je speer.
Allen: Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.
Sjaloom, Jeruzalem.
Cantorij: Wij gaan waar onze voeten gaan,
God zet ons op het spoor
naar vrede en gerechtigheid,
zijn voetstap gaat ons voor.
Allen: Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.
Sjaloom, Jeruzalem.
Cantorij: Uit Sion zal de wet uitgaan
en uit Jeruzalem
het woord dat ons de vrede leert,
sjaloom in naam van Hem.
Allen: Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.
Sjaloom, Jeruzalem
Cantorij: Wij gaan waar onze voeten gaan
de weg van onze Heer,
een ploegschaar maak je van je zwaard,
een snoeimes van je speer.
Allen: Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.
Sjaloom, Jeruzalem.
Lezen: Mat 24: 32-44
Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. 33 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat Hij in aantocht is en heel dichtbij. 34 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 35 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit. 36 Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37 Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. 38 Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39 en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. 40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. 43 Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. 44 Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.
Zingen: (lied 445) De nacht is haast ten einde
(Cantorij: 1,2, gemeente: 3,4)
De nacht is haast ten einde, de morgen niet meer ver.
Bezing nu met verblijden de held're morgenster.
Wie schreide in het duister begroet zijn klare schijn
als hij met al zijn luister straalt over angst en pijn
Zo is ons God verschenen in onze lange nacht.
Hij die de eng'len dienen die eeuwen is verwacht,
is als een kind gekomen en heeft der wereld schuld
nu zelf op zich genomen en draagt ze met geduld
Hoevele zwarte nachten van bitterheid en pijn
en smartelijk verwachten ons deel nog zullen zijn
op deze donk're aarde, toch staat in stille pracht
de ster van Gods genade aan 't einde van de nacht.
God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis
maar schenkt ons toch een morgen die vol van luister is.
Hij komt ons toch te stade ook in het strengst gericht.
Zijn oordeel is genade, zijn duisternis is licht.
Preek
Zingen Lied 462, Zal er ooit een dag van vrede (Cantorij: 1,3,5, Allen: 2,4,6)
1 Zal er ooit een dag van vrede
zal er ooit bevrijding zijn
voor wie worden doodgezwegen
levenslang gebroken zijn?
2 Zal er ooit een blijvend heden
vol van goede vrede zijn
waar geen pijn meer wordt geleden
en het leven nieuw zal zijn ?
3 Zie de takken aan de bomen,
waar het jonge groen ontluikt
tot een stralend nieuwe zomer
waar de vredebloesem ruikt .
4 Zie de sterren aan de hemel
waar het duister van de nacht
door hun schijnsel wordt verdreven
tot een nieuwe dag die lacht.
5 Zoals bomen mensen tonen
dat er kracht tot groeien is
zal de zoon der mensen komen
die de boom des levens is.
6 Zoals sterren mensen melden
dat geen nacht te donker is
zal een kind ons komen redden
dat het licht der wereld is
Gebeden, dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
We gaan staan
Slotlied lied 433: 1,4,5 Kom tot ons de wereld wacht
Kom tot ons, de wereld wacht,
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria 's kind.
Uw kribbe blinkt in de nacht
met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.
Lof zij God in ’t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid
Zegen, beantwoord met:
amen, amen
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor
- kerkinactie
- kerk- en onderhoudsfonds
Organist: Martin de Ruiter
Zang: Zanddorpencantorij olv Jouke Hordijk
Ambtsdragers: Reind Katerberg, Tonny Warners, Elly Zubler, Ellen Sonneveld.
Beamer: Tonny Warners
Camera: Geeske Houkes
Kindernevendienst: Grietje Mulder
Kosters: Jan en Aukje Ziengs
