Orde van dienst
zondag 4 januari 2026
We komen binnen in Gods huis
Lied van de week 495: 1,2, Toen midden in de wintertijd
Toen midden in de wintertijd geen vogel werd gehoord,
verlieten engelen zingende de hoge hemelpoort.
Zij daalden langs de sterren neer.
Hun lied ging over God de Heer, dat Hij mensen bemint,
in excelsis gloria
De herders in het open veld gezeten rond het vuur,
vernamen zó dat Jezus was geboren in dat uur,
de Heiland eeuwenlang verwacht.
De engelen zongen in de nacht dat Hij vrede ons brengt,
in excelsis gloria
Welkom, de lichten worden ontstoken
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V. Onze Hulp is in de Naam van de Heer,
Die hemel en aarde gemaakt heeft,
Die als een kind geboren is onder de mensen
en verschijnen wil aan de wereld.
Wij bidden: doe ons uw heil aanschouwen, Heer.
G. MAAK ONS GETUIGEN VAN UW LICHT. AMEN.
Zingen: lied 72: 1, 4, Geef, Heer, de Koning uwe rechten
Geef, Heer, de koning uwe rechten en uw gerechtigheid
aan ’s konings zoon, om uwe knechten te richten met beleid.
Dan ruist op alle bergen vrede, heil op der heuv’len top.
Hij zal geweldenaars vertreden, maar armen richt hij op.
Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewogen, die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen. Hij draagt hen in zijn hart.
We gaan zitten
Kyriegebed
Glorialied: lied 72: 5, 6, Leve de koning in ons midden
Leve de koning in ons midden, geef hem Arabisch goud.
Laten wij daaglijks voor hem bidden, nu hij de scepter houdt.
Het veld zal blinken van het koren. Men zal het als een woud
zelfs op de bergen ruisen horen, het ganse land is goud.
Laat ons de grote naam bezingen van Hem die Israël leidt,
want Hij alleen doet grote dingen, zijn roem vervull' de tijd.
Looft God de Heer, Hij openbaarde zijn wonderen, zijn eer.
Zijn heerlijkheid vervult de aarde. Ja, amen, looft de Heer.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Zingen: MM-lied
Lezing: Jesaja 60: 1-6
1 Sta op en schitter, je licht is gekomen,
over jou schijnt de luister van de HEER.
2 Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties,
maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar.
3 Volken laten zich leiden door jouw licht,
koningen door de glans van je schijnsel.
4 Sla je ogen op, kijk om je heen:
ze stromen in drommen naar je toe;
je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen.
5 Je zult stralen van vreugde als je het ziet,
je hart zal van blijdschap overslaan.
De schatten van de zee zullen je toevallen,
de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot.
6 Een vloed van kamelen zal je land overspoelen,
jonge kamelen uit Midjan en Efa.
Uit Seba komen ze in groten getale,
beladen met wierook en goud.
Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER.
Zingen: lied 518: 1, Hoe helder staat de morgenster
Hoe helder staat de morgenster, en straalt mij tegen van zo ver,
de luister van mijn leven.
Kom tot mij, zoon van David, kom, mijn koning en mijn bruidegom,
mijn hart wil ik U geven.
Lieflijk, vriendelijk, schoon en heerlijk,
zo begeerlijk, mild in ‘t geven, stralend, vorstelijk verheven.
Lezing Matteüs 2: 1-12
1 Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ 3 Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. 5 ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’ 7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het te aanbidden.’ 9 Nadat ze de koning hadden aangehoord gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. 10 Toen ze de ster zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich in aanbidding voor het kind neer. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het geschenken aan: goud en wierook en mirre. 12 En omdat ze in een droom de aanwijzing hadden gekregen dat ze niet naar Herodes terug moesten gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.
Zingen: lied 495: 3,4, Drie koningen van ver
Drie koningen van ver trotseerden weer en wind
op zoek naar de geheimen van dit pasgeboren kind.
Zij bogen zich voor Jezus neer
en zij verstonden: Hij is Heer over leven en dood, leven en dood,
in excelsis gloria
Wij kinderen van een nieuwe tijd vieren het oude feest
van Hem die na ons komen zal en voor ons is geweest.
Hij is geboren in de nacht en heeft de wereld 't licht gebracht.
Zing nu: ere zij God, ere zij God,
in excelsis gloria.
Preek
Zingen: lied 496: 1 en 3, Een ster ging op uit Israël
Een ster ging op uit Israël na duizend en één nacht.
Een oud verhaal werd doorverteld, een lied klonk onverwacht.
Dit was het uur van onze God, een mensenzoon gelijk,
die onze naam draagt en ons lot die nacht begon zijn rijk.
Gij morgenster en mensenzoon, breng ons de nieuwe tijd,
waarin de wereld wordt bewoond door uw gerechtigheid.
Dan is uw heil aan ons geschied, u allen even na, -
dan zingt de schepping weer dit lied tot in de gloria
Gebeden
Dank- en voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
We gaan staan
Slotlied: 526: 1,4, Juich voor de koning van de Joden
Juich voor de koning van de Joden, buig voor geen dove wereldmacht,
kniel voor de knecht die Gods geboden beluisterd heeft en wel geacht.
Drie vreemden zochten Hem van verre, Herodes hebben zij bespot,
met goud, met wierook en met mirre aanbaden zij de Zoon van God
Juich voor de koning van de volken, buig voor zijn opperheerschappij,
zing halleluja! Uit de wolken komt ons zijn heerlijkheid nabij.
Bouw dan ootmoedig aan de aarde, leg vrede in elkanders hand:
Hij die de beste wijn bewaarde roept ons ter bruiloft in zijn land.
Zegen
Gemeente: amen, amen
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor
-de diaconie
-de kerk
Ambtsdragers: Gerrit Rigterink, Tonny Warners, Elly Zubler, Ellen Sonneveld
Organiste/pianiste: Karin Heeling-Uenk
Beamer/camera: Tonny Warners, Henk Kwast
Kindernevendienst: Marianne Algra
Kosters: Hammy en Jannie Oldengarm
