Orde van dienst
Zondag 6 september 2026
‘Twaalfde zondag van de zomer’
zondag 6 sept. 2026, prot. gem. Sleen; 10:00uur
Welkom
Intredelied: Psalm voor deze zondag: NLB. Psalm 84:1,2 [1 Hoe lieflijk, hoe goed . . . .]
[2 Het heil dat uw altaar . . . .]
Moment van inkeer
Bemoediging en Groet
Morgenlied: NLB.280:1,4,5,7 [1 De vreugde voert . . . . .]
[4 Zal dit een huis, . . . . .]
[5 Onthul ons dan . . . . . .]
[7 Dit huis sluit mét . . . . .]
Kyriëgebed
Tussentijds 9:1,2,4 (mel.NLB.281)
1 Wij zoeken hier uw aangezicht.
God, houd uw oog op ons gericht:
Kyrie eleison!
2 De vragen huizen in ons hart.
Gij die de duisternis ontwart:
Kyrie eleison!
4 Begrens de eindeloze nacht
van wie geen morgen meer verwacht:
Kyrie eleison
Laat ons bidden . . . . .
Tussentijds 9:18,19,20
18 Win onze harten voor uw Geest,
Waarmee Gij ons verlangen leest:
Kyrie eleison!
19 En teken ons met licht en vuur,
met adem voor de lange duur:
Kyrie eleison!
20 Als onze lofzang ooit verstomt
legt Gij het lied in onze mond:
Amen. Halleluja!
Woorden om mee te leven
NLB. Psalm 119a:1 [1 Uw woord omvat mijn leven]
Schriftgebed
Kindermoment
De Geschriften: Ruth 4:1-17 [NBV21]
1 Boaz was intussen naar de poort gegaan en daar gaan zitten. Toen kwam de man voorbij over wie hij gesproken had – zijn naam is niet van belang – en hij zei: ‘Kom hier even bij me zitten.’ De man deed wat hem gevraagd werd. 2 Ook vroeg Boaz tien stadsoudsten plaats te nemen, en ook zij gingen zitten. 3 Toen zei hij tegen de man die ook als losser kon optreden: ‘Het stuk land van onze broeder Elimelech wordt door Naomi, die teruggekeerd is uit Moab, verkocht. 4 Ik meen dan ook u het volgende te moeten meedelen: U kunt het stuk land kopen ten overstaan van de hier aanwezigen en ten overstaan van de oudsten van het volk. Als u van plan bent uw rechten als losser te doen gelden kunt u dat doen, zo niet, dan moet u mij dat laten weten. U bent de eerste die hiervoor in aanmerking komt, en ik kom na u.’ ‘Ik zal mijn rechten doen gelden,’ zei de man. 5 Daarop zei Boaz: ‘Wanneer u het stuk land koopt van Naomi, koopt u het ook van Ruth, de weduwe uit Moab, en zal de naam van haar overleden man voortleven op zijn land.’ 6 Toen zei de man: ‘Dan kan ik mijn rechten niet doen gelden, want dat zou ten koste gaan van mijn eigen familiebezit. Neemt u het maar van mij over, want ik kan me dat niet veroorloven. 7-8 Koopt u het land maar!’ en hij trok zijn sandaal uit. (Als vroeger een dergelijke koop of ruil rechtsgeldig gemaakt moest worden, bestond er in Israël het gebruik dat men zijn sandaal uittrok en die aan de ander gaf. Zo werd een dergelijke zaak in Israël bekrachtigd.) 9 Daarop sprak Boaz tot de oudsten en alle anderen die daar waren: ‘U bent er vandaag getuige van dat ik van Naomi het gehele bezit van Elimelech en dat van Kiljon en Machlon koop. 10 Daarmee neem ik ook Ruth tot vrouw, de Moabitische, de vrouw van Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad. U bent daar vandaag getuige van.’ 11 ‘Ja,’ zeiden de oudsten en allen die bij de poort aanwezig waren, ‘daarvan zijn wij getuige. De HEER geve dat de vrouw die in uw huis komt, zal zijn als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan. 12 Moge uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda, en wel door de kinderen die de HEER u bij deze jonge vrouw zal geven.’
13 Daarna nam Boaz Ruth bij zich, zij werd zijn vrouw, en hij sliep met haar. De HEER liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon. 14 De vrouwen zeiden tegen Naomi: ‘Geprezen zij de HEER, die jou vandaag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal. Moge zijn naam in Israël blijven voortbestaan! 15 Hij zal je je levensvreugde teruggeven en je onderhouden als je oud bent, want je schoondochter, die je liefheeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ 16 Naomi nam de jongen op haar schoot en bleef hem vanaf dat moment verzorgen. 17 De buurvrouwen gaven hem zijn naam. ‘Naomi heeft een zoon gekregen,’ zeiden ze, en ze noemden hem Obed. Hij is de vader van Isaï, die de vader is van David.
NLB. Psalm 86:5 [Gij zijt groot en zeer verheven]
Het Evangelie: Mattheüs 23:1-11 [NBV21]
1 Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen 2 en zei: ‘De schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. 3 Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. 4 Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. 5 Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, 6 ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, 7 en hechten eraan op het marktplein eerbiedig begroet te worden en door de mensen rabbi genoemd te worden. 8 Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. 9 En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. 10 Laat je ook geen leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. 11 De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. 12 Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.
NLB.991:1,3,4,7 [1 De eersten zijn de laatsten . . . . .]
[3 Zo staat het voorgeschreven . . . .]
[4 Het onderste komt boven . . . .]
[7 Veracht dan niet de kleinen]
Verkondiging.
NLB.655 [Zing voor de Heer een nieuw gezang/alle coupletten]
Dienst van gebeden & gaven
Afsluiting: NLB. 885 [Groot is uw trouw, o Heer/ beide coupletten]
Wegzending & Zegen
